De Functionele Applicatiebeheerder bestaat niet meer!

20 Mei 2013

De titel van dit blog is wellicht wat te stellig, maar geeft wel degelijk aan dat er het één en ander aan het veranderen is in het vakgebied dat we tegenwoordig information management noemen.

 

Vorig jaar zijn wij opnieuw begonnen met het in kaart brengen van de positie van het functioneel beheer bij Nederlandse bedrijven. De belangrijkste verschillen met de resultaten uit een soortgelijk onderzoek uit 2005 laten zien dat er wel degelijk een verschuiving te ontdekken is. Werd er in 2005 nog vaak gesproken over de functionele applicatiebeheerder, tegenwoordig heeft de rol vaak een benaming in de sfeer van functioneel beheerder of zelfs informatiemanager. En het gaat daarbij om meer dan slechts een naamsverandering.

 

De belangrijkste verschuiving op een rijtje

  • Het verleggen van de focus van functioneel applicatiebeheer, wat feitelijk functionele beheer is met een beperkte scope, naar functioneel beheer dat aanzienlijk breder kijkt dan alleen naar de rol van een applicatie in het bedrijfsproces.  
  • Het daadwerkelijk beschrijven van de nieuwe rol in termen van competenties, waarbij we een onderscheid kunnen maken tussen gedragscompetenties en vakinhoudelijke competenties.
  • Een steeds duidelijker erkenning vanfunctionele beheer als een vak, en niet als iets dat een toevallige gebruiker er maar even bij doet naast zijn werk. Deze duidelijke erkenning laat zich ook zien in een officiële positie binnen de bedrijfsvoering en het steeds vaker gaan toepassen van in het vakgebied erkende manieren van werken. BiSL bestaat al enige jaren, maar nu is toch duidelijk te merken dat men BiSL steeds vaker gebruikt als basis voor het inrichten van het functioneel beheer en de verdere verbijzondering van de mogelijke deelfuncties binnen het domein van functioneel beheer. 
  • Steeds vaker treedt de functionele beheerder op als de gemandateerde bedrijfsproceseigenaar in veranderingstrajecten waarbij het Agile werken centraal staat.
  • Alhoewel op het gebied van certificering er nog geen duidelijke profilering mogelijk is, is er wel duidelijk behoefte aan een mechanisme voor het daadwerkelijk kunnen aantonen en erkennen van het specialisme binnen functioneel beheer. Exin heeft jaren geleden de BIMA certificering vormgegeven. Deze is later omgedoopt naar BIMP, maar wellicht kwam deze te vroeg. We zien nu dat er onder aansturing van de ASLBISL foundation en in samenwerking met APMG nieuwe plannen zijn om verdere kwalificaties op meer specialistisch niveau vorm te geven. De kennis en opleidingen zijn inmiddels beschikbaar. Opvallend daarbij is dat het vaak gaat om kennis die al veel eerder als noodzakelijk werd ervaren bij meer specialistische IT rollen. 
     

Deze verschuivingen lijken een indicatie te zijn voor verdere erkenning van het vakgebied dat voorheen vaak werd aangeduid met de term Functioneel Applicatiebeheer. Conclusie: Organisaties zien Informatiemanagement/functioneel beheer als een vak met duidelijke toegevoegde waarde. Ze worstelen nu echter wel met het vraagstuk van vormgeving en positionering.

 

Er zijn ook verschuivingen die wij als een bedreiging zien:

  • Steeds vaker worden functionele beheerders niet meer geworven binnen de eigen organisatie, maar aangetrokken van buitenaf. Met name het aspect van voldoende business kennis kan daardoor in gevaar komen. Functionele beheer zonder business kennis zal uiteindelijk het vak reduceren tot een vorm van functioneel beheer als een technisch trucje. 
  • De functionele beheerder gaat steeds meer de rol van bedrijfsproceseigenaar op zich nemen. Daarmee verstrekt hij een excuus aan de formele bedrijfsproceseigenaar om steeds meer afstand te nemen van de dagelijkse praktijk en zich daar ook niet meer verantwoordelijk voor te voelen.
     

De combinatie van de bovenstaande bewegingen is rampzalig voor het succes van het bedrijfsproces en zijn aandeel in de bedrijfsresultaten. Doordat IT service management tegenwoordig veelal wel op professioneel niveau is vormgegeven en doordat IT diensten zich in steeds sterkere mate vermengen met het totale bedrijfsproces, zien we dat steeds meer Business management rollen worden ingevuld door (voormalige) managers uit het vakgebied van de IT. Is dit nu een goede ontwikkeling? Voor diegene die op besturend niveau in de IT werkzaam zijn wellicht wel. 

 

Wat kunnen bedrijven doen om het eigen functioneel beheer op hoog niveau op de kaart te zetten?

  1. Duidelijke positionering van het functioneel beheer.
  2. Aandachtsgebied van strategisch informatiemanagement verbinden met het meer operationeel gerichte functioneel beheer.
  3. Toepassen van erkende standaards, waardoor de ervaring van andere organisatie gemakkelijker te adopteren is en tevens de kennisoverdracht beter te waarborgen.
  4. Een groeipad uitzetten om te komen tot een echt integraal volwassen bedrijfsvoering, waarbij bedrijfsprocesbelangen 1 op 1 te realiseren zijn met intensieve ondersteuning van het eigen informatiemanagement. Om een werkend groeipad te creëren zal eerst de huidige positie met zijn sterke en minder sterke punten helder in beeld gebracht moeten worden.

Auteur

Ton van Lieshout