Meer waar voor je geld

03 Juli 2014
Categorie:
607

Zodra ik door de draaideur van een ziekenhuis loop, ben ik gehospitaliseerd. Ook al hoef ik alleen maar bloed te laten prikken, ik verander van een zelfstandig denkende vrouw in een onzekere, afwachtende patiënt. Ik zit lijdzaam te wachten tot ik opgeroepen word, accepteer een te korte uitleg, stel geen vragen.

 

Eenmaal buiten ben ik weer mezelf en schieten me alle vragen te binnen die ik had moeten stellen.

Wat gebeurt er?

In veel situaties vertonen we gedrag dat door de omgeving of de setting wordt opgeroepen. Dat gaat helemaal vanzelf en dat is dikwijls maar goed ook, want door de voorspelbaarheid van ons gedrag, wordt de situatie hanteerbaar. In een winkel weet je dat je op je beurt moet wachten, in de trein haal je, zodra je de conducteur ziet, je kaartje/card te voorschijn, in een restaurant wacht je op de ober. Toch zijn in de settingen allerlei andere gedragingen mogelijk. In films leidt het vertonen van niet bij de situatie passend gedrag tot hilarische situaties.

 

Gelukkig begrijpen de deelnemers aan een training feilloos wat er van hen wordt verwacht. Ze komen op tijd, zoeken een plaatsje, schrijven hun naam op een naambordje met de juiste stift en kijken verwachtingsvol naar de trainer. De trainer op zijn beurt heeft alle materialen netjes klaargelegd, het programma op flip geschreven en stelt zich op staande voor de groep. Er gebeuren geen gekke of enge dingen. Na een kort welkomstwoord is het tijd voor een voorstelrondje.

Te veel van het goede

Het is fijn dat de deelnemers zich aan de gedragscodes houden, wij zijn trainer bij de gratie van hun medewerking. Maar soms slaat het een beetje door en sluipt er teveel vanzelfsprekendheid of zelfs passiviteit in het gedrag van de deelnemer. Het bepalen en het behalen van leerdoelen wordt het probleem van de trainer. En daar is waar het fout gaat in de wederzijdse verwachtingen. Hé, jij (of je baas) betaalt toch, en jij maakt toch tijd vrij voor deze training? Jij wilt er iets uithalen om in je werk toe te passen? Dan moet je ook zorgen dat de trainer weet wat je nodig hebt, welke issues je in de praktijk tegen komt en wat je belemmert er oplossingen voor te realiseren.

 

Deelnemers die zich goed voorbereiden, halen veel meer uit een training. Als de trainer vraagt wie een voorbeeld heeft, zitten ze op de punt van hun stoel en toetsen ze hun praktijk aan de trainingsstof. Wie wil er oefenen? Ze springen op en hebben hun issues paraat. Ze vragen door tot ze voldoende hebben begrepen om op het werk toe te passen, kaarten valkuilen en uitzonderingen aan.

 

Ook deelnemers die tijdens de training hun leerdoelen bepalen, zitten er scherper in. Als trainers moedigen we iedereen aan om gretig te zijn, om zelf aan het roer van het leerproces te staan.

 

Discussies worden realistischer, een uitleg wordt beter door de gestelde vragen, rollenspellen worden spannender.

 

Degenen die een afwachtende houding aannemen, bedenken pas als ze terug zijn op de werkplek welke vragen ze eigenlijk hadden moeten stellen, welke case ze hadden willen voorleggen. Jammer!

Een tip om te beginnen

 

Nu weet ik ook wel dat het vaak lastig te bepalen is wat je precies wilt leren, soms is de stof te onbekend – dáárom ga je juist naar de training. Maar toch, een simpele oplossing is er wel.

 

Spreek met je collega’s af dat je een paar dagen na de training met ze bespreekt wat je hebt geleerd en hoe jullie dat kunnen toepassen. Houd tijdens de training in het achterhoofd dat je een model, een voorbeeld, een techniek of vaardigheid, straks aan je collega’s duidelijk moet maken. Je zult zien dat je niet ‘gehospitaliseerd’ in de training zit, maar alert en kritisch. Succes!

Auteur

Annerieke Bosman